• slide_8.png
  • slide_10.png
  • slide_11.png
  • slide_5.png
  • slide_0.png
  • slide_9.png
  • slide_4.png
  • slide_6.png
  • slide_7.png
  • slide_13.png
  • slide_2.png
  • slide_1.png
  • slide_3.png
  • slide_12.png
  • slide_14.png

Compostvat

Composteren in een vat
Het compostvat is het systeem bij uitstek voor een kleine tuin.
compostvat Voor het weinige tuinafval en een dagelijkse portie groente- en fruitresten biedt het vat de goede verteringsomstandigheden. 
Je moet wel met enkele spelregels rekening houden.


De delen van het compostvat
Een compostvat bestaat uit 5 delen.

  1. De bodemplaat
  2. De romp
  3. Het controleluik
  4. De deksel van plastic
  5. De metalen beluchtingstok


De geprofileerde en geperforeerde bodemplaat geeft de bodemorganismen toegang tot het vat, laat overtollig vocht weg druppelen en verzekert het binnenstromen van zuurstofrijke lucht.
De romp of de mantel van het vat is luchtdicht. Dit voorkomt het uitdrogen en afkoelen van de compost.
Als de zon schijnt, bevordert de donkergroene of zwarte kleur de warmteontwikkeling.
De controleopening onderaan wordt afgesloten door een controleluik of -schuif.
Hierdoor zal je slechts af en toe een kleine hoeveelheid verteerde compost kunnen oogsten. Zoals de naam het aangeeft, laat het luik vooral toe om onderaan - waar zich de meest verteerde compost bevindt - te controleren of er al geoogst kan worden.
Een belangrijke bescherming voor de compost is het deksel.
Het is zo gebouwd dat het regen en wind buiten houdt terwijl de "gebruikte" lucht toch vrij uit het vat kan ontsnappen.

De grootte van je tuin bepaalt of je kiest voor een compostvat, een compostbak of een composthoop. Heb je een eigen tuin?
Dan komt een wormenbak alleen niet in aanmerking. Daarvoor is het systeem te klein.
Wie geen tuin heeft, vindt meer informatie over het verwerken van keukenafval in de wormenbak in de brochure ‘Composteren in een wormenbak’.


Heb je een kleine tuin, tot 200 à 400m2, dan gebruik je best een compostvat.
Je kan er het weinige tuinafval dat je hebt samen met het keukenafval in verwerken.
Veel hangt af van hoe je tuin is ingericht, de oppervlakte van je gazon, het gebruik van herfstbladeren en versnipperde takken als mulchmateriaal enz.


Is je tuin groter dan een paar honderd vierkante meter en zijn beplanting en beheer van die aard dat er heel wat tuinafval vrijkomt, dan kan je beter overstappen naar een reeks compostbakken.
Bestaat je tuinafval enkel uit grasmaaisel, dan zal geen enkel systeem – hoe groot ook – je voldoening kunnen geven.
In de brochure ‘Waarheen met je grasmaaisel?’ vind je suggesties om de hoeveelheid grasmaaisel in je tuin te beperken.
Beschik je over een grote moestuin en heb je behoefte aan veel compost dan kan je jaarlijks een composthoop opzetten. 


De plaatsing 
Plaats de bodemplaat niet rechtstreeks op de aarde.
Onder het gewicht van de inhoud van het vat en door de werking van het bodemleven dat zeer intens wordt rond en onder de bodemplaat, zakt deze anders in de grond.


Wanneer de openingen in de bodemplaat en in de rand verstoppen, kan er geen lucht meer in het vat en is het composteringsproces gedoemd te mislukken. Breng daarom onder de bodemplaat een vloertje van platte stenen aan, enkele centimeters van elkaar.
Betonnen trottoirtegels van 30 x 30 cm, 4 à 5 cm hoog, zijn ideaal. Vergeet vooral niet het midden van de bodemplaat te ondersteunen.
Via de spleten tussen de stenen en de gaten in de bodemplaat, trekt de lucht in het vat. Langs de rand van de stenen kruipen de bodemorganismen probleemloos naar boven en sijpelt het (weinige) overtollige lekvocht langzaam in de grond.
Enkele stevige houten balkjes of een transportpalet onder het vat voldoen ook uitstekend, maar wanneer ze na een paar jaar zijn weggerot, moet je ze vervangen. 


De plaats van het vat in de tuin 
De plaats waar je het compostvat opzet, beïnvloedt de werking ervan. 
Let op vier zaken:

• kies geen verhard oppervlak – terras – maar een plek met losse grond;

• geef de voorkeur aan een plaats waar minstens een paar uur per dag de zon schijnt. Een ganse dag volle zon is van het goede te veel. Beschut het vat ook tegen gure wind;

• naast de keukendeur is niet wenselijk, te ver evenmin. Bedenk dat je dagelijks naar het compostvat zal moeten met je keukenafval;

• geef je vat voldoende ruimte. Of beter, geef jezelf de ruimte om het leeg te maken en om te zetten. Zorg dat je er vooral vooraan goed bij kan. 

Van start 
Een compostvat opstarten doe je volgens een vast schema.
Iedere stap heeft zijn belang en helpt je om later problemen te voorkomen.
Plaats de romp precies in de daartoe voorziene gleuf van de bodemplaat. Let op dat de romp er tijdens het vullen niet uitschiet.
Eens het vat gevuld, krijg je het anders nooit meer op zijn plaats. Maak bij het omzetten van het vat de sleuf telkens volledig proper.

 

Breng onderaan een 5 à 10 cm dikke laag structuurmateriaal in het vat.
Geef de voorkeur aan houtsnippers,fijne takjes, dorre stengels van vaste planten of een ander stevig materiaal.
Dat verzekert de eerste maanden een vlotte luchtinstroom.
Indien je het vat onmiddellijk zou vullen met gras of keukenafval, zitten de openingen in de bodemplaat meteen verstopt en is een goede compostering niet meer mogelijk.


Voor dagelijks gebruik
Hou een voorraad bruin materiaal bij de hand: een zak houtsnippers of dorre bladeren, stro of dennennaalden.
Telkens als je groen materiaal in het vat brengt – in het bijzonder keukenafval en (kleine hoeveelheden) gras – voeg je er een gelijk volume bruin materiaal bij.
Vooral in de winter, wanneer je bijna uitsluitend keukenafval in je vat brengt, doe je er goed aan om telkens wat structuurmateriaal toe te voegen. Het voorkomt dat in de lente, wanneer het verteringsproces op gang komt, anaërobe omstandigheden en onaangename geuren de overhand nemen. 


Gebruik één of twee keer per week de beluchtingsstok. Steek hem zo diep mogelijk recht naar beneden in de compost, draai hem een kwartslag en trek hem er terug uit. Herhaal dit op verschillende plaatsen.
De beluchtingsstok is 
geen roerstok. Tracht niet het materiaal er mee te vermengen.
De beluchtingsstok dient om schouwen te trekken door het materiaal heen en de luchtcirculatie te verbeteren binnen het materiaal. Onvermijdelijk zal je uit het diepste van het vat wat compost ophalen, vermoedelijk zelfs wat wormen.
Ze geven je de zekerheid dat je goed bezig bent en wie enkel keukenafval en kleine hoeveelheden tuinafval in zijn compostvat verwerkt, zal wekelijks enkel hoeven te beluchten.


Bij velen raakt het vat immers nooit meer dan half gevuld. Het lijkt wel bodemloos. Met zo weinig tuinafval ben je wellicht geen fanatieke tuinier en je behoefte aan compost is dus beperkt. Je zal ook niet meer dan een paar emmers compost per jaar oogsten.
Het is onvoorstelbaar hoe die tientallen emmertjes keuken- en tuinresten omgezet zijn tot amper een paar liter compost. 

Voor de intensieve gebruiker
Zet geregeld om misschien staat je vat in een kleine, volle tuin waar je tijdens het weekend vaak in bezig bent.
Je houdt telkens een paar emmertjes afval voor je vat over.
Regelmatig gevoed en goed geïsoleerd door de grotere massa, zullen bacteriën, schimmels en wormen een tandje bijsteken.
De vertering verloopt vlot. Toch komt er na enkele maanden een punt waarop er niets meer bijkan. Je vat is vol.
Laat je niet meteen verleiden tot de aankoop van een tweede vat. Het resultaat zou zijn dat je na enkele weken of maanden met twee halfvolle vaten zit. Het een stilaan zakkend, het andere elke week iets voller.
En een half vat werkt maar half zo goed als een vol! Is je vat vol, neem het dan bij de horens en zet het om.


De eerste maal dat je zoiets doet, zal je de volledige inhoud door mekaar moeten mengen en alles opnieuw in het vat gooien.
Veel oogsten zal je nog niet doen. Later haal je er telkens onderaan een laag verteerde compost uit: het materiaal dat je de vorige keer omzette.enten het verse materiaal met allerlei broodnodige composteringsorganismen.
Haal je eerder plakkerig en stinkend materiaal naar boven dan hou je de zaak best in het oog en voeg je meer structuurmateriaal toe.
Als je niet regelmatig structuurmateriaal in je compostvat brengt, heeft beluchten geen zin. Wordt je compost een natte brij, dan kan zelfs dagelijks beluchten daar niets aan veranderen.
Het materiaal zakt telkens weer als een pudding in mekaar. 

Hoe ga je te werk? 
• Schud even aan de romp van het vat zodat hij los komt van de inhoud. 

• Trek het conische vat moeiteloos over de compost naar omhoog en zet het opzij. Ben je eerder klein van gestalte, dan kan je je even laten helpen, maar moeilijk of zwaar is het niet. 

• Wees niet bang dat de inhoud uit elkaar valt. Alles zal mooi rechtop blijven staan. 

• Observeer de verschillende lagen. Bemerk hoe het krioelt van wormen en andere organismen in de laag halfverteerde compost. 

• Schep met een riek laag per laag - eerst het verse afval, vervolgens het halfverteerde materiaal - weg en leg het naast het vat. Staat je vat naast het gazon, leg daar dan eerst een plastic zeil op. 

• Gebruik je je vat al meerdere jaren of heb je het enkele maanden voordien al eens omgezet,dan zal de onderste laag bestaan uit verteerde compost. Leg deze opzij onder een afdak. Laat de wind vrij spel, maar beschut de compost tegen de regen. Zo rijpt de compost na en droogt hij verder. Daarna kan je hem in de tuin gebruiken. 

• Reinig de bodemplaat. Maak de gaatjes en de groef vrij. 

• Herschik zonodig de ondersteunende stenen. 

• Herbegin de opbouw: bodemplaat, vat erop, 10 cm grof structuurmateriaal. 

• Meng het verse en halfverteerde materiaal dat je net uit het vat haalde stevig onder elkaar. Je kan gerust nog extra verse keuken- en tuinresten toevoegen. 

• Voer op verschillende plaatsen in het materiaal de knijptest uit. Voeg droog materiaal toe als de inhoud te nat is. Te droog materiaal besprenkel je met water. 

• Vul het vat opnieuw. Begin weer met een laag snippers of grof snoeihout op de bodem. Ongetwijfeld zal je door het beluchten en toevoegen van materiaal meer volume hebben dan de inhoud van het vat. Niet getreurd, als gevolg van het beluchten en mengen heb je het afbraakproces zodanig versneld dat na enkele dagen het volume in het vat zoveel is gezakt dat er opnieuw heel wat bijkan.

• Ga enkele dagen na het omzetten eens een kijkje nemen. Je zal zien dat het volume al aanzienlijk is verminderd én dat de temperatuur behoorlijk is gestegen. Misschien zelfs zo hoog dat je er je hand niet kan inhouden.

• Over enkele maanden is dit de compost die je bij de volgende omzetting zal oogsten.Ondertussen zal er weer een behoorlijk pak halfverteerd en vers materiaal op liggen. • Uit een goed werkend vat dat intensief wordt gebruikt en bijgevuld, kan je op die manier tot driemaal per jaar - in het voorjaar, de zomer en het najaar - compost oogsten

Enkele maanden na de grondige omzetbeurt vind je onderaan via het controleluik het resultaat: kruimelige compost nog vol leven en wat resten van langzamer verterend materiaal zoals onverbrijzelde eierschalen of perzikpitten.
Het verwijderen van de romp van het compostvat en het omzetten van de compost is kinderspel. Aandacht, aandacht
Er zijn twee zaken waar compostvaten vaak last van hebben: geurhinder en fruitvliegjes.
Stank is bij composteren steeds het gevolg van zuurstofgebrek en dat kan je perfect voorkomen.
Bij normaal gebruik van het vat met toevoeging van voldoende bruin materiaal en met regelmatig beluchten zal je nooit last hebben van stank.
Fruitvliegjes zijn vaak moeilijker te vermijden maar gemakkelijk onder controle te houden. Regelmatig beluchten en afdekken met een laagje grasmaaisel of verteerde compost – eventueel met een stuk katoen – is meestal afdoende.Gebruik zeker geen insecticiden.
Je zou er ook de andere compostorganismen te zeer mee schaden.


Bron: Folder - Composteren in vaten en bakken (www.vlaco.be)
Met dank aan: Roger van der Maelen (onze lesgever)/Luc Verpaetce